Make your own free website on Tripod.com

JOURNAL


A poem about the 1950 cruise to the Mediterranean Sea
of the Dutch Aircraft Carrier "Karel Doorman"
Taken from the January, 1951 issue of "WILLEMSOORD"
Original text, in Dutch, in the left column; translation on the right


De goede Doorman spoedt zich nu                 
Uit volle borst weer huiswaarts toe,                 
Twee wentelende schroeven slaan                   
Hem door de wijde Oceaan.                           
Reeds suist hij midden door het saaie               
En vuile Golfje van Biscaje;                             
En staat hier soms een hoge zee                      
Dan heeft hij daar geen zaken mee.                  
Want of het vochtig is of droog                        
De Doorman neemt zijn kain omhoog                
En snelt, verheugd en blij van zin                      
Zo troes de Straat van Dover in,                       
Maar niet te vlug, want altijd zit er                     
Vlak achter hem de kleine Bitter,                       
Die kan zijn diesels niet vertrouwen                   
En loopt voortdurend zwaar te douwen             
Tegen golven, wind en stromen                          
Om maar met ons mee te komen,                       
Het is nog niet zo lang geleden                            
Dat we op de deining gleden                               
Van ditzelfde minder fraaie                                  
Vuile Golfje van Biskaye,                                    
Toen voeren we nog om de Zuid,                        
Kwamen Rotterdam net uit,                                
Stoomden, stoeiend met z’n tweeen                    
Naar de Middellandse Zeeen.                             
Waren echter -’t is een feit -                               
Bijna Broeder Bitter kwijt                                   
Want hij werd zowat bedolven                            
Onder huizenhoge golven                                    
Van ditzelfde kleine kwaaie                                 
Vuile Golfje van Biskaye,                                    
Maar hij bracht het toch zo ver                            
Dat hij bij Kaap Finister                                      
Opgeruimd - die goede stakker -                         
Seinde: hij is voor de bakker
En wij zagen de dolfijnen                                      
Weldra buitelend verschijnen                                
In die oude smalle Straat                                       
Waar de Rots van Tarik staat.                               
Witte mutsen, witte petten                                     
Zijn we snel toen op gaan zetten,                            
Want de zon die scheen alras                                 
Of het midden-zomer was,                                     
Furies, Otters, Fireflies                                     
Hoorden lustig naar de wijs                               
Van “een vogel komt gevlogen”                         
En wij volgden met de ogen                              
Hoe zij landden op het dek                               
En ook soms wel in het hek!                            
Dag na dag ging zo voorbij,                              
En weer was eenieder blij                                
Toen we, netjes aangetreden,                           
Malta’s haven binnengleden.                             
Stad van ridders en van trappen,                       
Waar we weer eens konden stappen,                
Catacomben konden kijken,                              
Met wat sport-eer gingen strijken                      
Naar souvenirs en koffie zochten,                       
Hoopjes ansichtkaarten kochten,                        
En op Zondag half tien                                        
Prinses Liesbeth mochten zien.
                           
The good ship Doorman hastens home
Again, full of enthusiasm
Two churning screws beat
Her through the wide Ocean
Already she’s soaring right through the dull
And dirty little Gulf of Biscay;
And even if at times there are high seas here
That’s none of her business now,
For whether it is moist or dry
The Doorman lifts her skirts
And rushes, full of joy and spirit
Right through the Straights of Dover
But not too fast, ‘cause always is there
Just behind her, de small ship “Bitter”,
Which cannot trust her diesel engines
And continues to push heavily
Against waves, winds and currents
Just to keep up with us.
It’s not that long ago
That we were sliding along the swells
Of this same but less attractive
Dirty little Gulf of Biscay
Then we still sailed on a Southward track
Right after departing Rotterdam
And steamed both frolicking together         
Towards the Mediterrranean Seas.
We almost lost, and that’s a fact
Our sister ship the Bitter
Because she was almost inundated
Beneath the waves as high as houses
Of this same small angry 
Dirty little Gulf of Biscay
But she managed nevertheless
That she signalled from Cape Finister
Full of guts - that  poor good soul
‘Everything is under control”
And soon we saw appearing
The dolphins a-jumping
In the old narrow Strait
Where the Rock of Tarik stands
We then quickly put on
Out white hats and white caps
Because the Sun soon started shining
As if it was mid-summer
Furies, Otters, Fireflies
Lustfully listened to the tune
Of “a bird comes aflying”
And we followed with our eyes
How they landed on the deck
And sometimes even into the gate!
Day after day passed that way
And again everyone was pleased
When we - neatly assembled on deck -
Slid into the harbor of Malta
Town of knights and of stairs
Where we finally could walk around,
And visit the catacombs
Won honors in sport games
Searched for souvenirs and coffee
Bought stacks of postcards
And then, at 9:30 on Sunday
Were allowed to see Princess Elizabeth.


Na een week van hevig vliegen
Lieten wij ons vreedzaam wiegen
Langs de Italiaanse kusten.
Zaten in de zon te rusten
Met de bovenbasten bloot
Net als een toeristenboot.
Niet aldus de kleine Bitter,
Want daar meende men dat dit er
Deze keer niet bij kon zijn,
Zulks vanwege diesel-pijn.
Syracuse was de stad
Waar men toen het oog op had
Om dat hapje te versieren
En meteen ook wat plezier en
Zonnewarmte op te doen.
Het was alreeds avond, toen
Wij op onze beurt belandden
In het sprookje aan de stranden
Waar, met duizendvoud geflonker,
Alsmaar steden, in het donker
Van de Italiaanse nacht,
Met hun lichte vreemde pracht
Langs de Doorman kwamen drijven,
Maar we konden daar niet blijven,
Want daar uit de golven, zie!
Duikt zowaar de Stromboli,
En als het weer daglicht wordt,
Hoort eenieder zich gepord
Met: "Attentie! Hier bericht,
Dit is Capri! Maar het zicht
Is een beetje slecht vandaag,
Anders zouden wij U graag
Ook nog Napels laten zien",
Beetje pech dus, maar misschien
Is dit ook weer niet gegrond,
Napels zien is ongezond!
Hoe dat verder dan ook zij,
Lui en langzaam koersten wij
(Want het was een Zondag, weet je)
Op het spiegelgladde zeetje
Richting Etna: woest vulcaan,
Nauwelijks kwamen wij daar aan,
Of die gaf, waarachtig zeg,
'n Extra vuurspuw-nummer weg,
Tenslotte zijn we weggegaan,
Er werd nu weer dienst gedaan:
Onze kisten in de lucht,
En de Doorman op de vlucht
Voor de snelle Tijgerhaai,
Tot we kwamen in de Baai
Van de Stad, waaruit in dromen
Nu nog beelden tot ons komen:
Zonnig, zoet Valencia!
Als de Doorman nu weldra
Weer de Waterweg beroert,
En ons naar de kerstboom voert,
Dan is dit, in sneeuw en ijs
't Eindje van een mooie reis,
Denk er nog eens aan terug!
(En zeg "dankje" naar de brug).

After a week of heavy flying
We let ourselves be peacefully rocked
Along the Italian coasts.
Sitting and resting in the sunlight
Topless, without any shirts
Just like on a tourist ship
Not so de little ship "Bitter"
Cause they decided that it
Could not attend this time,
On account of pain in the diesel.
Syracuse was the town
Which they then picked
To take care of that problem
And at the same time pick up
Some pleasure and sunshine,
It was already in the evening, when
We in our turn ended up
In the fairy tale on the beaches
Where, with thousands of lights tinkling,
Evermore in the dark of the
Italian night and with their light and strange
Beauty, one town after another came
Floating past the Doorman.
But we could not stay there
Because see: out of the waves
Emerges the very Stromboli!
And when it dawns next
Everyone hears the wake-up call:
"Attention! Here's a message:
This is Capri! But the visibility
Is rather poor today,
Otherwise we would be pleased
To also show you Naples".
What a pity. But perchance
This is not so bad after all
Because to see Naples is unhealthy!
However, whichever way it goes,
We continued our lazy and slow cruise
(Because it was Sunday, you know)
On the mirrorsmooth sea
Heading for Etna: the wild volcano.
We barely got there when
The volcano actually gave a free show
Of true firespitting.
In the end, we departed,
To resume our service:
Our boxes up into the air,
And the "Doorman" fleeing
From the rapid "Tigershark"
Till we arrived in the Bay
Of the City whose images
Still reach us in our dreams:
Sunny, sweet Valencia!
When the "Doorman" will shortly
Rumble through the Waterweg
And carry us to the Christmas tree,
Then that will be, in ice and snow
The end of a beautiful cruise,
Try to remember it so once in a while!
(And say "Thank you" to the bridge).

Please click on your Back Button
to return where you came from.
Opmerking: De maker van dit gedicht wordt verzocht zich
zo spoedig mogelijk te melden by korpadbzd.bd Ben Oostdam voor identificatie. Bedang!
BLO fecit 6 VII 1998